KUNSTGESCHIEDENIS DOOR EEN ANDERE LENS: Een interview met hoogleraar mediatheorie en historiografie van film, Eric de Bruyn.

LEIDEN – Door de jaren heen zijn er blinde vlekken ontstaan binnen kunstgeschiedenis, er zijn geschiedenissen van verschillende kunstdisciplines in vergetelheid geraakt. In het onderzoek van Eric de Bruyn, hoogleraar aan de Universiteit Leiden, gaat kunstgeschiedenis een discussie aan met andere disciplines, zoals media- en filmstudies, en kijkt De Bruyn of hij een aantal van de blinde vlekken kan opvullen.
Door Allison Van Spaendonk

Geboren en getogen in Amerika verhuisde Dr. Eric de Bruyn in de jaren ’80 naar Utrecht om kunstgeschiedenis te studeren. “In die jaren waren er veel kunstdisciplines in de maatschappij die mij interesseerden. Ik had het idee dat kunstgeschiedenis een goede bodem voor die interesse kon bieden.”

De Bruyn’s interesseveld lag eigenlijk niet in de traditionele vorm van kunstgeschiedenis maar elders: “Wat mij interesseerde was de vermenging van de kunst- en media- praktijk sinds de jaren ’60. Ik wilde vooral de aansluiting tussen kunst- geschiedenis en de hedendaagse kunsten onderzoeken.”

Aangezien kunsthistorici in die tijd vooral keken naar de twee meest voorkomende kunstvormen, namelijk sculptuur en schilderkunst, was Eric de Bruyn niet tevreden met de gang van zaken. “Ik vind het nog steeds een gemiste kans dat kunstgeschiedenis niet meteen in zee is gegaan met disciplines als media- of filmstudies.”

Ontevreden over de manier waarop Universiteit Utrecht met de relatie tussen kunstgeschiedenis en deze hedendaagse kunsten toen omging verhuisde De Bruyn terug naar Amerika. “In Nederland heb ik mijn doctoraat nog afgerond, daarna ben ik terug naar Amerika gegaan, waar ik mijn PhD heb gehaald.”

De keuze om terug te gaan naar Amerika lag niet alleen aan de onvrede met het vakgebied kunstgeschiedenis, maar ook om samen te werken met een bepaalde professor waar De Bruyn naar opkeek. “Rosalind Krauss stond aan het begin van een omwenteling in de manier waarop kunstgeschiedenis onderzocht werd. Zij ging echt tegen een traditionele onderzoeksmethode van kunstgeschiedenis in, en dat is precies waar mijn interesse lag.”

In Amerika deed De Bruyn heel wat nieuwe ervaring en kennis op. De hoogleraar besefte dat kunst- historici altijd met een bepaalde bril naar dingen hebben gekeken. Met de gedachte: “Misschien is het tijd om eens door een andere lens te kijken”, begon hij in eerste instantie aan zijn PhD onderzoek, dat nu is uitgebreid tot een levenswerk.

Eric de Bruyn bevindt zich nu, 10 tot 15 jaar en een heleboel essays later, in een klein kantoortje van de Universiteit Leiden. De Bruyn staat op het punt twee boeken uit te brengen. “Ik heb een grote liefde voor publicaties”, lacht hij.

Het eerste boekproject bestaat uit een boek waarin al de essays, in verband met zijn PhD onderzoek, tot één werk samenkomen. “In de jaren ’90 begon ik aan dit onderzoek als PhD dissertatie, het ging toen vooral over de raakvlakken tussen het conventionele kunstgebied en film. Over de jaren heen is het heel wat uitgebreid.”

Hij beschrijft het als een historisch project van een stukje geschiedenis die een lange tijd over het hoofd werd gezien. “Film As Anomaly”, wordt waarschijnlijk de titel van het boek, maar dit ligt nog niet vast”, vertelt De Bruyn er snel bij. Het boek wordt een samenstelling van essays over beginnende kunstfilms. In deze essays kijkt hij terug naar de jaren ’60 en stelt de vraag: “Hoe komt het dat film in die tijd zich verplaatste van theaters naar galerieën en musea?”

De Bruyn heeft jarenlang de geschiedenis van filmkunstenaars getraceerd die tussen 1966 en 1979 film hebben geïntroduceerd in musea en galerieën: “Het is vooral gericht op verschillende individuele filmkunstenaars afgewisseld met korte intermezzo’s waar ik kijk naar bepaalde installaties die video en film introduceerde in musea.”

De Bruyn heeft voor dit project meer dan alleen theoretisch onderzoek verricht: “Ik heb voor dit project kunstenaars overtuigd bepaald materiaal vrij te geven, en ik heb gewerkt aan de restauratie van een aantal kunstfilms. In 2001 heb ik ook één van de eerste tentoonstellingen op dit gebied gemaakt.”

“Dit project is heel belangrijk voor mij, het heeft mijn reputatie binnen de kunstgeschiedenis gevestigd. Dat er nu een boek uitkomt is het puntje op de ‘i’”, vertelt de hoogleraar trots.

Het andere boekproject waar De Bruyn aan het werken is staat momenteel nog even op de achtergrond. “Film as Anomaly heeft een lange tijd op zij gelegen. Ik keer daar nu naar terug, dan kan ik het na al die jaren afronden.” Film as Anomaly ligt waarschijnlijk in het voorjaar van 2014 in de rekken.

Over het andere boek kan de hoogleraar wel vertellen dat het te maken zal hebben met het traceren van een soort denkmodel terug in de geschiedenis. “Het boek zal Media Topology heten, en zal minder gefixeerd zijn op individuele praktijken van kunstenaars maar meer op het traceren van een denkmodel door de tijd heen.”

“Beide boeken gaan over de blinde vlekken binnen de kunstgeschiedenis.”

“Allebei deze boekprojecten gaan over de blinde vlekken binnen de kunstgeschiedenis. Deze blinde vlekken zijn eigenlijk overlappingen die kunstgeschiedenis niet goed in het vizier kon houden wegens bepaalde vastgeroeste ideeën over wat kunstgeschiedenis is”, aldus Eric de Bruyn.

Naast deze twee boekprojecten werkt De Bruyn ook nog als curator en docent in de master Film en Photograpic Studies en in de bachelor Film- en Literatuurwetenschap. Daarnaast is hij bezig met het opzetten van een nieuw project rond Science-Fiction: “maar dat is nog te vroeg om iets over te vertellen. Je kunt maar een aantal ballen tegelijk in de lucht houden”, vertelt De Bruyn met een glimlach.

Advertisements

Virtual Active Running:

I’ve ran through The Utah Mountains, the Swiss Alps, The Italian Alps, Chicago, Hollwood, Venice, et cetera. Virtual Active Running is a program that creates interactive media products to entertain runners, hikers, and cyclists during their indoor training. Something I started doing a while back, I am not yet a 100 % sure if I actually like it.
I’ve been running while staring at a road or view of  the mountains on a screen that is connected to a treadmill for a few weeks now and I’ve got to say, at times it does distract you. It makes you forget that you’re actually running which makes the work-out slightly easier. But the idea of “fake” running through the Swiss Alps still sounds weird to me, there’s just something off about it.
All by all I’m still inspired by the idea, these machines make it so realistic. You can put on a little ventilator that is installed into the machine which makes you feel like you’re running in the wind, of course with a suitable soundtrack in the background. When running past people some of them actually smile and wave when you run past. It does make the experience of running more enjoyable. Especially if you’ve always wanted to go see Chicago or Hollywood. Why not bring those city and places to you, why not while you’re working out?
My only fear, and probably the reason why I’m not sure if I like it, is that it can make us lazy. By making the run so realistic won’t we be more likely to just drag our asses to the gym instead of running outside in the sun trying to actually experience our own surroundings? It’s perfect  in the winter though, because who likes to go running when it’s freezing, and you have a constant fear of falling on your face?

Anyways, I think it’s a nice subject and certainly a good initiative, although I have my doubts. Please share your opinion if you have one relating this subject, I can’t wait to read your input 🙂